Cleanbits is een Nederlands initiatief om inzichtelijk te maken of jouw hostingproviders en datacenters groen zijn. Je kunt in de greencheck je eigen website invullen en meteen zien of jouw website CO2 neutraal is. Wanneer dit niet het geval is kun je de CO2 uitstoot compenseren door te investeren in boomaanplant of windenergie. Ook geeft Cleanbits een overzicht van groene hosting providers.
Wij hebben voor de zekerheid Green at Work ingevuld in de greencheck en gelukkig zijn wij groen gehost.
In een blogpost op de site van GreenBiz heeft Kurt Kuehn een lijst opgesteld van 5 argumenten om je CFO te overtuigen dat duurzaamheid loont. De 5 punten zijn:
Duurzaam zijn verlaagt kosten en verhoogt efficiency: Niet alle vormen van duurzaamheid hebben vooraf een grote investering nodig zoals zonnepanelen of LED verlichting. Goed kijken naar de interne processen en deze zo efficiënt mogelijk maken bespaart geld en is vaak ook een stap richting duurzaamheid.
De focus leggen op duurzaamheid verlaagt de lange termijn risico’s: Doordat je als bedrijf in meer of mindere mate afhankelijk bent van energieprijzen en milieu wetgevingen kan het investeren in duurzame energie of in afval management de lange termijn risico’s verlagen.
Duurzaam zijn creëert nieuwe mogelijkheden in concurrentievoordeel en omzet: Doordat je je als bedrijf profileert als duurzaam heeft dat positieve impact op je merk en vervolgens ook op je omzet. Hier moet wel opgelet worden dat je transparant te werk gaat in deze verduurzaming, “greenwashing” wordt niet gewaardeerd.
Duurzaamheid voedt innovatie: Door de focus op duurzaamheid te leggen creëer je een nieuwe duurzame invalshoek voor je eigen business en zal er creatief worden nagedacht over de huidige processen.
Sterke duurzame waarden verbeteren het werven, opleiden en behouden van werknemers: Als het bij (potentiële) werknemers duidelijk is dat duurzaamheid hoog in het vaandel staat wordt je interessanter als werkgever. Dat duurzaamheid steeds belangrijker wordt voor werknemers is te zien aan de vele duurzame initiatieven die van werknemers komen en niet van managers.
Wij kunnen alleen maar zeggen dat we het niet beter hadden kunnen formuleren.
Een aantal jaren geleden werd biobrandstof als één van de grote oplossingen aangedragen voor de eindigheid van de olie voorraden op aarde. Dat klonk heel mooi, maar al vrij snel kwamen een aantal vervelende bijwerkingen bovendrijven. Volgens een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving moeten we aan dat lijstje een aantal indirecte effecten toevoegen.
Uit onder andere soja, mais, tarwe, suiker bieten en suikerriet wordt biobrandstof gewonnen. Het probleem met deze grondstoffen is dat deze producten ook in de voedselketen van mens en dier terecht hadden kunnen komen. Het gevolg is stijgende voedselprijzen. Met de huidige overbevolking van onze planeet en de daarmee samenhangende hongersnoden in derde wereldlanden is dat natuurlijk niet te verkopen. In een aantal landen, waaronder met name Brazilië, worden zelfs bossen gekapt om ruimte te bieden aan landbouwgrond voor de grondstoffen van biobrandstof. Dat verdient ook niet bepaald het predicaat “Green at Work”.
Volgens het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving kan de productie en consumptie van bio-energie producten leiden tot extra broeikasgas emissies en verlies van biodiversiteit. Dit wordt veroorzaakt door indirecte effecten, zoals de uitbreiding van het landbouwareaal en door veranderingen in de prijzen van voedsel, veevoer en olie. De extra emissies kunnen zelfs het emissievoordeel van biobrandstof deels of geheel teniet doen. De onderzoekers voegen hier wel aan toe dat door verbetering van de efficiëntie in de landbouw deze negatieve effecten kunnen worden beperkt. Maar het is wel duidelijk dat we niet zomaar kunnen aannemen dat biobrandstof dé oplossing is voor de eindigheid van olie. Wat dat betreft bieden andere ontwikkelingen als energieopwekking uit algen en biomassa wellicht meer potentie. Op de volgende wikipagina staat meer interessante informatie over de productie van algen en energie winning uit getijdenenergie. Uit de tabellen met de opbrengst aan liters ethanol en biodiesel per gewas blijkt eveneens de potentie van algen als energiebron.
Wat veel mensen niet beseffen is dat het internet enorm veel stroom vreet. De behoefte aan meer grote en snelle servers zal in de toekomst alleen maar toenemen. Het is aan de bedrijven die gebruik maken van deze servers om deze zo efficiënt mogelijk en met minimale belasting voor het milieu te gebruiken.
Pedro Hernandez van Earth2Tech heeft een interessante blogpost geschreven over de ontwikkelingen in datacenters van de grootverbruikers, zoals Google, Facebook, MySpace, Yahoo en Microsoft. Hier wordt beschreven dat er meerdere wegen naar Rome zijn op het gebied van verminderen van het energieverbruik of juist het gebruiken van de warmte die vrijkomt van de servers.
De mogelijkheden zijn legio, zo kun je batterijen in de servers inbouwen die het gebruik van UPS systemen (een soort stroom backup systeem) overbodig maakt. Ook kan de warmte van de servers bij koud weer gebruikt worden voor het opwarmen van kantoren of woningen. MySpace heeft geïnvesteerd in datacentra die gebruik maken van flash geheugen die veel minder stroom verbruiken en veel minder warm worden. Een veel voorkomende methode is het gebruik van vrachtcontainers om servers in op te zetten. De vrachtcontainers zijn makkelijker te koelen en onderhouden dan grote server ruimten.
In Nederland hebben we Evoswitch, een van de grootste datacentra van het land. Evoswitch gebruikt ook verschillende technieken om de impact van het datacenter te verminderen. Een daarvan is het gebruik maken van het relatief koele Nederlandse klimaat, waardoor de koelers veel minder vaak aangezet worden. Ook neemt Evoswitch groene stroom af van leverancier Delta.
Het is een goed teken dat de grootverbruikers van het internet het goede voorbeeld geven en ze laten ook zien dat er verschillende manieren zijn die een oplossing kunnen bieden, het effectief combineren van al deze oplossingen zal de weg voorwaarts zijn.
——–Update 1 april 2010———–
Greenpeace waarschuwt dat Microsoft, Facebook, Yahoo, Apple en Google minstens een paar datacentra hebben die zwaar vertrouwen op steenkool. Bovenstaande ontwikkelingen zijn positief en komen veel in het nieuws, maar over de vervuilende datacentra wordt niet veel gezegd. Het rapport “Make IT Green” is te vinden op de site van Greenpeace.
Via het weblog Green VC werd onlangs aangekondigd dat Nokia een Growth Economy Venture Challenge competitie heeft uitgeschreven. Hiermee is een investering van 1 miljoen dollar te winnen voor een mobiel product of dienst waarmee de levensstandaard van mensen in ontwikkelingslanden wordt verhoogd. De 1 miljoen dollar wordt geïnvesteerd in één winnende organisatie met het beste idee. De winnaar wordt gekozen uit tien finalisten die hun ideeën en business plannen presenteren voor een panel van Nokia experts en Venture Capitalists (VC’s).
De challenge is niet gelimiteerd tot software of hardware die gebruikt maakt van Nokia toestellen of software platforms. Aangezien in ontwikkelingslanden de mate van volwassenheid van de mobiel en internet markten zeer verschillen, kunnen ook ideeën worden aangedragen die buiten de scope van de handset vallen. Alle informatie over het meedoen aan de challenge is te vinden op de Growth Economy Venture Challenge website. De deadline is 18 april 2010.
In Washington D.C. is het begrip “slugging” populair onder forensen. Op bepaalde punten in de stad komen auto-rijders en passagiers bij elkaar en op die manier rijden totaal vreemden samen en kunnen gebruik maken van carpool rijbanen. Inmiddels is een mooie online tool ontwikkeld waardoor de D.C.’ers niet meer afhankelijk hoeven te zijn van onbekenden om ze bijvoorbeeld naar werk te rijden: Ride Shark.
Het begrip “carpoolen” bestaat in Nederland ook al langere tijd, maar echt een hit is dit nooit geworden. Al vrij snel na de bouw is de carpool wisselstrook op de A1 opengegaan voor al het verkeer omdat te weinig automobilisten gebruik maakten van de extra baan. Maar door de nieuwe invalshoek van Ride Shark zou deze tool ook in Nederland kunnen werken. Simpel gezegd koppelt het systeem mensen aan elkaar die een vergelijkbaar woon-werkverkeer hebben. Dit kan worden uitgezet binnen stedelijke omgevingen, maar ook binnen een bedrijf kan dit worden opgezet voor werknemers. Hiermee is Ride Shark een vervoer vraag en aanbod tool gecombineerd met een sociaal netwerk. Maar het mooiste punt is eigenlijk wel dat het systeem bijhoudt hoeveel CO2 uitstoot en kosten zijn bespaard. Een leuk element hieraan is dat bedrijven en groepen tegen elkaar kunnen strijden wie het meeste CO2 heeft bespaard. Wanneer zal de strijd in Nederland los barsten?